Welk kleurseizoenstype ben jij?
A Licht en warm, zoals perzik of goud
B Koel, zoals rosé of koel beige
C Warm en iets dieper, zoals goud of olijf
D Koel met meer contrast, zoals porselein of koel olijf
A Helder blauw, groen of lichtbruin met warme gloed
B Zacht blauw, grijs of koel groen
C Warm bruin, olijf of amber
D Donkerbruin, ijsblauw of helder koel groen
A Lichtblond tot warm blond, soms met een gouden gloed
B Asblond of koel lichtbruin
C Donkerblond tot warm bruin, vaak met een roodtint
D Donkerbruin tot zwart, zonder warme gloed
A Ik word makkelijk goudbruin
B Ik verbrand snel en blijf licht
C Ik verbrand eerst en word daarna warm bruin
D Ik word niet goudbruin, maar blijf licht of word koel donker
A Lichte, warme kleuren en goud
B Zachte, koele tinten en zilver
C Warme, diepe kleuren en brons of goud
D Sterke contrasten en zilver of zwart en wit
Jouw uitkomst
Kijk welke letter je het vaakst hebt gekozen. Dat is jouw richting.
De juiste kleuren laten je gezicht direct oplichten.
De verkeerde doen vaak het tegenovergestelde, zonder dat je precies weet waarom.
-> Kies hieronder het type dat hoort bij jouw meest gekozen letter.
Twijfel je tussen twee? Dat is heel normaal. Bekijk ze allebei, het verschil zit vaak in nuance.

Lente
Je uitstraling is licht, fris en warm.
Heldere, zachte kleuren laten je gezicht direct opleven en geven je een open, energieke uitstraling.
Veel tinten lijken al snel “bijna goed”, terwijl ze je nét fletser maken of minder laten spreken.


